Loire 2014

In het voorjaar van 2014 hebben James Lichtenbelt en Ton van der Sommen een tocht gemaakt op de Loire in een polyester le Seil. Hier hun reisverslag.

OudeFranseZeilboten

2014: ROEIEN EN ZEILEN OVER DE LOIRE MET EEN “LE SEIL”.

James Lichtenbelt en Ton van der Sommen (foto’s)

 

Frankrijk heeft een uitgebreid netwerk van kanalen en bevaarbaar gemaakte rivieren. Alle grote rivieren hebben daarom stuwen met sluizen of laterale kanalen. De benedenloop van de Loire is de dans ontsprongen en een natuurlijke rivier gebleven met eilanden, zandbanken, en onbedorven oevers met veel bomen. Dit deel van het Loire dal staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Alleen beneden Angers zijn er kribben.

Roeiers die hun boot niet kunnen overdragen bij lastige bruggen beginnen hun tocht het beste bij Langeais. De bruggen bij Chouzé en Les-Ponts-de-Cé moeten nog wel tevoren verkend worden.

Wij maakten onze tocht met een polyester “Le Seil” in het voorjaar omdat er dan meestal een goede waterstand is. Bij de eerste etappe vanaf Langeais was de boot nog leeg omdat de tenten al in Montsoreau stonden dat we die dag wilden bereiken. Er was geen wind, we haalden 7 km/uur en legden de 30 km gemakkelijk af. Onderweg zagen we bijna niemand, dat bleef de hele vakantie zo. De rivier was prachtig.

Er waren weinig watervogels. In het najaar heb ik daar vaak honderden aalscholvers en veel reigers en meeuwen gezien. Misschien vinden die in het voorjaar elders beter viswater. Overigens zagen we wel vissen in de rivier, en vissers die een deel van de bedding met een lang net dichtzetten.

visvangst

We hadden veel ervaring om samen te kanoën, ieder in een eigen kajak, maar het roeien beviel prima, gezellig tegenover elkaar, een aan de riemen en een aan het roer. De boot liep zelden op een ondiepte en dan raakten we snel weer vlot, een sprong overboord en de ander boomde. Een goede vaarboom is erg nuttig.

Voor de navigatie gebruikten we papieren topografische kaarten 1:25000 waar we de route op aangegeven hadden die op Google Earth het beste leek. Die luchtfoto’s zijn tamelijk oud maar goed te gebruiken. Blijkbaar hebben de zandbanken zich niet erg verplaatst. In ieder geval was het handig om te weten langs welke zijde de eilanden het beste gepasseerd konden worden. Op een GPS-ontvanger lazen we onze positie af, op het kilometer-rooster (UTM UPS WGS 84) van de kaart. Er zijn kanokaarten op internet te vinden maar die geven niet veel informatie.

In de zomer is er tussen Montsoreau en Angers een betonning voor de pleziervaart maar die was er nu nog niet. Voorbij Angers is er een permanente betonning en er bestaat een waterkaart van dat traject.

In Montsoreau is de monding van een grote zijrivier, de “Vienne” die vanaf Chinon met een roeiboot bevaarbaar is. In Chinon is een trailerhelling. Even voorbij Chinon is een drempel, die op Google Earth zichtbaar is en vanaf de oever te bijkijken is. Bij laag water is daar een betonning.

In Montsoreau ging de bagage aan boord verpakt in heel veel waterdichte tassen. Onze boot heeft geen voordek en de ruimte voor de mast stond vol met grote zakken. Ook midscheeps en in het achteronder (met wel een dek) stond bagage. Alles was goed vastgebonden voor het geval we zouden omslaan.

Saumur

De tweede etappe was kort, tot Saumur, waar we de stad en het kasteel wilden bekijken. De camping was mooi maar moeilijk de bereiken, de trailerhelling is verzand en daarna was het nog een flink eind lopen. Gelukkig vonden we een karretje voor onze berg bagage. 

’s Avonds haalden we met de trein onze auto op uit Langeais die daar onbewaakt stond: de camping was nog dicht; wie in het voorjaar vanaf een camping wil starten kan in Bréhémont beginnen. Daar is ook een openbare trailerhelling zoals in bijna elke plaats langs de rivier.

De derde dag hadden we wel tegenwind, en de snelheid ging omlaag naar 5 km/uur. We streken de mast om beter koers te kunnen houden. De zeilvereniging in Saumur heeft drie oudere polyester Le Seils en een nieuwe met een houten romp. De oudjes staan op een trailer en zijn te huur. We legden aan om even een praatje te maken.

Saumur:zeilclub

Onderweg zagen we een kajak met een Fransman die de Loire afzakte van de bron tot de monding, ongeveer 1000 km. Dat was de enige kajak of kano die we in die week zagen. Na 25 km bereikten we St-Mathurin-sur-Loire waar achter de dijk een mooie camping ligt. De eigenaresse was zo aardig om onze bagage met haar auto te vervoeren. Gelukkig had zij een grote auto. We waren weer bijna de enige gasten op de camping, dat is het voordeel van reizen buiten het hoogseizoen. Overigens zijn er langs de Loire ook talloze aanlokkelijke plekjes om wild te kamperen.

De vierde dag was de laatste dag van onze tocht. We wilden naar Angers varen maar er was krachtige tegenwind en er werden pittige buien voorspeld. Die buien kwamen niet maar de wind woei wel. De tocht naar Angers werd afgelast en we maakten eerst een wandeling door de mooie moerasachtige uiterwaarden vol kwakende kikkers in vele poelen. Daarna zeilden we lekker met lege boot stroomopwaarts. Ik had dat eerder gedaan en daar goede ervaringen mee, ook wat snelheid betreft. De Loire stroomt maar 3 – 4 km/uur.

We bevonden ons op een zeer breed deel van de rivier met een eiland en veel banken waartussen de keuze was uit drie geulen. En terwijl we in de hele vakantie bijna geen schip gezien hadden voer er nu een vloot van tien Franse platbodems op de motor stroomopwaarts, op weg naar een zeilfestijn. Steeds peilend en met een uitkijk zochten zij een route, toch af en toe vastlopend.

Wij zeilden daar vrolijk tussendoor met twee reven in het zeil. Dicht bij een oever met bomen was veel luwte, we ontreefden en moesten helpen met de vaarboom om nog vooruit te komen. Zo deden de zeilende vrachtschepen dat vroeger ook: bomen als het zeil te weinig druk kreeg om stroomopwaarts te komen. Even later uit de luwte ging de boot met een noodgang voor de wind, maar wel met kans een klapgijp. De schoot werd zo nodig heel ver gevierd zodat het zeil voor de mast kwam, wat goed kan omdat de Le Seil geen want (zijstagen) heeft.

 StMathurin

Onze emmers om de boot leeg te hozen bleven ongebruikt, omslaan schijnt niet zo erg te zijn maar we hadden geen zin dat te gaan proberen. Terug laveren met de stroom mee mislukte omdat we uit (overdreven?) voorzichtigheid het midzwaard niet lieten zakken wat overstag gaan moeilijk maakte. Er zijn grote stukken van de Loire waar laveren met korte slagen mogelijk moet zijn. Op het laatste stuk vandaag was de vaargeul daarvoor te smal en we roeiden terug met de stroom mee, de boot ging op de trailer en een avontuurlijke tocht op een schitterende rivier was voorbij. De volgende dag was een zondag maar ’s ochtends waren alle winkels open. We sloegen nog veel lekkers in en reden in ongeveer 10 uur naar huis.

 

Waterstanden op www.vigicrues.ecologie.gouv.fr (afvoer in Langeais was 220 m3/s)